Dyslexie en remedial teaching

   

Goede begeleiding van dyslexie.

Dyslectische leerlingen (waar een officieel rapport van bestaat) krijgen extra ondersteuning d.m.v. RT-uren tijdens het eerste leerjaar. Deze ondersteuning wordt alleen gegeven tijdens het eerste leerjaar. Daarnaast krijgen deze leerlingen ook tijdens de normale lessen een aantal faciliteiten. Ze krijgen meer tijd voor hun toetsen en de toetsen worden voor hen vergroot als ze dat willen. Bij de moderne vreemde talen wordt er niet al te zeer op de spelling gelet en soms worden toetsen mondeling i.p.v. schriftelijk afgenomen.

In de eerste weken maken alle brugklasleerlingen een dictee, een opstel en een aantal teksten begrijpend lezen. Aan de hand hiervan bepalen de Remedial Teachers, mevrouw Crijns en mijnheer Veerman, of leerlingen een nader onderzoek nodig hebben op het gebied van spelling en begrijpend lezen. Uit die groep komt dan een aantal leerlingen die in kleine groepjes extra ondersteuning krijgen (de zgn. RT-uren) op het gebied van spelling en begrijpend lezen.

Afspraken dyslexie:

  • HAVO: alleen CM heeft een 2e MVT; de andere 3 profielen niet. Een dyslectische leerling krijgt dus geen vrijstelling meer voor een 2e MVT; hij kiest gewoon niet voor CM.
  • VWO: alle profielen hebben in het gemeenschappelijke deel een 2e MVT. Hiervoor kan een dyslectische leerling wel vrijstelling krijgen. Daarvoor in de plaats kiest hij een ander vak van 480 of 440 studielasturen.
  • Wil zowel de dyslectische HAVO- als de VWO-leerling toch een 2e MVT, dan krijgt hij een sterk advies om een extra keuzevak te kiezen:  mocht namelijk pas in het examenjaar blijken dat die 2e MVT een drama wordt, dan kan hij het vak alsnog laten vallen.

Afspraken dyscalculie:

  • Ondanks het feit dat de inspectie dyscalculie niet erkent, doet onze school dat wel. Leerlingen met een verklaring krijgen tijdverlenging.
  • Havo: 3 profielen hebben wiskunde, alleen CM  niet.
  • VWO: wiskunde is in alle profielen verplicht.

 

Faciliteiten voor leerlingen met dyslexie

Onderstaande afspraken gelden alleen voor de leerlingen die op de ‘lijst van dyslectische leerlingen’ staan en alleen voor de onderbouw. (Dus niet voor alle toetsen in de bovenbouw en het C.S.E.)  Alleen tijdverlenging en vergroot schrift/spraakprogramma mag worden aangevraagd bij het CITO. 

Algemeen:

  1. Dyslectische leerlingen krijgen minimaal 25% extra tijd voor het maken van opdrachten, s.o.’s, toetsen en verslagen. (De wettelijk bepaalde tijdverlenging voor de schoolonderzoeken en het C.S.E. is 25 % extra.) 
  2. Ze mogen bij de vreemde talen minimaal 1 op de 3 s.o.’s en toetsen mondeling doen en geven dit tijdig door aan de docent. Wel moet er dan op de uitspraak worden geoefend. Leestoetsen kunnen aan de leerling worden voorgelezen door de docent of een spraakprogramma op de computer. 
  3. Dyslectische leerlingen hebben recht op een vergroot exemplaar van de s.o.’s en toetsen. Ga even na of dat geldt voor de leerlingen aan wie jij les geeft, dan kun je tijdig voor vergrotingen zorgen. Laat hen niet zelf nog ‘even gauw voor de toets begint’ kopiëren, want dat gaat in de meeste gevallen weer van hun extra tijd af. 
  4. Geef dyslectici aantekeningen op papier. Van het bord overschrijven kunnen ze vaak niet snel en foutloos. Of laat hen een kopie maken van het schrift van een klasgenoot. 
  5. Schriftelijk werk wordt op een andere manier nagekeken; alle fouten worden aangestreept en de zogenaamde `dyslectische` fouten worden tussen haakjes geplaatst.  

Nederlands:

  1. Dyslectische leerlingen kùnnen dictees meemaken, maar wat is het nut? 
  2. Bij s.o.’s, toetsen, boekverslagen en andere schrijfopdrachten waarbij spelling wordt beoordeeld, wordt maar 50% van de spellingsfouten meegeteld. 
  3. Ze mogen bij de toetsen zinsontleding en woordsoortbenoeming ‘toetsvellen’  gebruiken; een soort spiekbrief die ze van de docent krijgen. (Ze hoeven niet alle woordsoorten te kennen.) 

Frans:

  1. Stencil met werkwoordsvervoegingen te gebruiken bij de toets.
  2. Fonetische spelling wordt goed gerekend; bijv. mesjeu, -iek (–ique), -s, of –k (-c).
  3.  Ook het niet schrijven van de laatste letter(s) van woorden wordt geaccepteerd.   
  4. Fouten m.b.t. (mede)klinkerverdubbeling tellen niet mee; comencer, sooleil
  5. Fouten m.b.t. lidwoorden tellen niet mee.
  6. Accenten vallen buiten de beoordeling. 
  7. Fouten m.b.t. het omdraaien van letters in vaste dubbelklanken worden ook niet fout gerekend (puor, juene)  
  8. Als een woord door verkeerde spelling een andere betekenis krijgt, geldt bovenstaande niet!

 Engels:

  1. Fonetisch spelling wordt goed gerekend: resiev, gurl, wat, wimen 
  2. Fouten m.b.t. de apostrof worden niet meegerekend. 
  3. Fouten m.b.t. (mede)klinkerverdubbeling tellen niet mee; miror, flor, 
  4. Fouten m.b.t. letterverdraaiingen in vaste lettercombinaties worden niet fout gerekend; huose, -ie (-ei/-ee/-ea) 
  5. Het niet uitspreken van letters kan ertoe leiden dat zo ook niet worden geschreven; w(h)en, t(h)ou(gh)t,  
  6. Als een woord door verkeerde spelling een andere betekenis krijgt, geldt bovenstaande niet! 

Duits:

  1. Gebruik van ‘toetsvel’: stencil met daarop de naamvallen en enkele werkwoordsvervoegingen voor bij de toets.
  2. Fonetisch spelling wordt goed gerekend: biesjen, filaigt, verzoegen,
  3. Hoofdletters van zelfstandige naamwoorden worden niet meegerekend.
  4. Fouten m.b.t. (mede)klinkerverdubbeling tellen niet mee; monaat, monnat,
  5. Fouten m.b.t. letterverdraaiingen in vaste lettercombinaties worden niet fout gerekend; truam,
  6. Het niet of verkeerd plaatsen van de umlaut telt niet mee in de beoordeling
  7. Als een woord door verkeerde spelling een andere betekenis krijgt, geldt bovenstaande niet!

 Alle andere vakken:

  1. Er wordt niet op de spelling beoordeeld; als het antwoord herkenbaar is, is het goed.
  2. Fouten in namen van mensen, dieren, dingen, planten en aardrijkskundige namen worden niet meegerekend.